ECLI:NL:RBDHA:2015:1245
Rechtbank Den Haag · 05-02-2015 · zaaknummer AWB 15/461 & 15/459
Inhoudsindicatie
integrale geloofwaardigheidstoets Verzoeker heeft aangevoerd dat verweerder de relevante elementen van zijn relaas niet op juiste wijze heeft getoetst, door, met toepassing van de inmiddels verlaten toets van de positieve overtuigingskracht, nog altijd te toetsen of sprake is van een hiaat, vaagheid, ongerijmde wending of tegenstrijdigheid op het niveau van de relevante bijzonderheden. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder het relaas van verzoeker niet reeds vanwege één enkele hiaat of één enkele vaagheid, ongerijmde wending of tegenstrijdigheid op het niveau van de relevante bijzonderheden ongeloofwaardig heeft geacht. Onbestreden is immers dat verweerder alle relevante elementen van het asielrelaas van verzoeker op geloofwaardigheid heeft beoordeeld. Verweerder heeft daarnaast het ongeloofwaardig geachte element gebaseerd op meerdere door hem ongerijmd geachte verklaringen van verzoeker, die bij elkaar genomen betrekking hebben op alle door verzoeker in zijn relaas gestelde gebeurtenissen. Er is daarom evenmin grond voor het oordeel dat verweerder slechts de details van het asielrelaas van verzoeker heeft beoordeeld. Voor het standpunt dat de door verweerder getrokken conclusies, dat hij de verklaringen verzoeker ongerijmd, bevreemdend, opmerkelijk of onlogisch acht, niet passen binnen de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, kan geen grond worden gevonden in WBV 2014/36 en WI 2014/10. Uit paragraaf 3.2.1 van WI 2014/10 volgt dat verweerder als hulpmiddel voor een objectieve, gestructureerde en transparante beoordeling van de geloofwaardigheid van de relevante elementen van het asielrelaas gebruik maakt van interne en externe geloofwaardigheidsindicatoren. Bij de interne geloofwaardigheid gaat het om alles wat de vreemdeling zelf heeft aangedragen. Interne geloofwaardigheidsindicatoren zijn de mate waarin verklaringen gedetailleerd en specifiek zijn en de interne consistentie van het relaas. Op grond van de interne consistentie mag geen sprake zijn van tegenstrijdigheden, ongerijmdheden en inconsistenties in de informatie die de vreemdeling heeft aangedragen. Gelet daarop zijn de overwegingen van verweerder, dat sprake is van ongerijmde, bevreemdende, opmerkelijke of onlogische verklaringen, te scharen onder de interne consistentie van de verklaringen van verzoeker en leiden deze tot de conclusie dat verweerder het asielrelaas van verzoeker onaannemelijk acht.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
