ECLI:NL:RBDHA:2015:12382
Rechtbank Den Haag · 27-10-2015 · zaaknummer AWB 15/17472
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat verweerders afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, Vw geen stand kan houden omdat verweerder ten onrechte aan eiseres heeft tegengeworpen dat zij niet eerder dan op 9 september 2015 de asielaanvraag heeft ingediend. Uit de verklaringen van eiseres tijdens het nader gehoor is af te leiden dat voor eiseres de concrete, subjectieve vrees voor vervolging pas is ontstaan op 8 september 2015. De volgende dag heeft eiseres asiel aangevraagd. Reeds hierom is het beroep gegrond en dient verweerder opnieuw te beslissen op de asielaanvraag. De rechtbank is van oordeel dat ook het opgelegde inreisverbod van tien jaar geen stand kan houden. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het door eiseres aangehaalde arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2015 niet relevant is voor het uitvaardigen van een inreisverbod voor de duur van tien jaar. Het enkele feit dat een vreemdeling is veroordeeld voor een delict als bedoeld in artikel 6.5a, vijfde lid, onder a, Vb 2000, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke gedragingen van de vreemdeling en met het gevaar dat van die gedragingen uitgaat voor de openbare orde, is onvoldoende voor de uitvaardiging van een inreisverbod met een duur van tien jaar. In dit verband zijn de persoonlijke gedragingen van eiseres, die voor de strafrechter kennelijk aanleiding hebben gevormd een relatief lichte straf op te leggen, zonder meer relevant, omdat de toegepaste strafmaat, evenals het feit dat eiseres nimmer eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld, direct verband houden met de vraag of eiseres daadwerkelijk en actueel een “ernstige bedreiging voor de openbare orde” vormt. Gelet hierop is de gegeven aanvullende motivering van verweerder ter zitting niet afdoende om de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand te laten.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
