ECLI:NL:RBDHA:2015:12374
Rechtbank Den Haag · 09-09-2015 · zaaknummer AWB 14/28660, 14/25512
Inhoudsindicatie
Artikel 64 van de Vreemdelingenwet; feitelijke toegankelijkheid; artikelen 5 en 6, vierde lid, Terugkeerrichtlijn; artikelen 1, 4 en 7 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie De rechtbank is van oordeel dat in wat eiser heeft aangevoerd geen grond bestaat voor het oordeel dat verweerder niet mocht uitgaan van het advies van het BMA van 5 november 2014. De feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg wordt volgens staand beleid van verweerder niet in de beoordeling betrokken. Dit door verweerder gevoerde beleid wordt volgens vaste rechtspraak redelijk geacht en niet in strijd met verdragsverplichtingen. Er bestaat geen aanleiding hiervan in het onderhavige geval af te wijken. Voor zover eiser heeft betoogd dat uit de Terugkeerrichtlijn volgt dat de omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, moeten worden betrokken, volgt de rechtbank dit niet, nu dit niet uit de door eiser ingeroepen bepalingen blijkt. De rechtbank is verder van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat verweerder onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van eiser. Dat verweerder daarbij niet is ingegaan op de door eiser naar voren gebrachte omstandigheden, doet daar niet aan af. Immers, in het kader van artikel 64 Vw staat uitsluitend ter beoordeling of uitzetting achterwege moet blijven omdat het wegens de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen. Het standpunt van eiser dat het bestreden besluit in strijd is met het Handvest volgt de rechtbank gelet hierop evenmin. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2014 (zaaknummer 201308853/1/V3). Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn voldoende rekening gehouden met de gezondheidssituatie van eiser. Wat betreft artikel 6, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn, overweegt de rechtbank dat gelet op de bewoordingen van artikel 64 Vw, deze bepaling juist ziet op een humanitaire reden in de zin van artikel 6, vierde lid, Terugkeerrichtlijn. Voor zover eiser stelt dat er andere redenen zijn om hem een zelfstandige verblijfsvergunning of andere vorm van toestemming tot verblijf te geven, dient dit aan de orde te komen in een procedure hiertoe.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
