Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:11656

Rechtbank Den Haag · 09-09-2015 · zaaknummer AWB 15/5836

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 09-10-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt tot het oordeel dat de beoordeling van het asielrelaas van eiseres in dit geval niet voldoet aan de eisen genoemd in rechtsoverwegingen 7.4 en 7.6 van de Afdelingsuitspraak van 8 juli 2015. Dat verweerder het asielrelaas van eiseres heeft getoetst aan de hand van de integrale geloofwaardigheidstoets zoals neergelegd in het WBV 2014/36 en de Werkinstructie 2014/10, leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel, omdat die werkwijze - die geldt voor alle aanvragen, ongeacht het asielmotief - in zijn algemeenheid geen inzicht biedt in de (specifieke) beoordeling van een seksuele gerichtheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is, zodat het bestreden besluit voor wat betreft de asielaanvraag in strijd is met artikel 3:6 Algemene wet bestuursrecht. In de beslissing ex artikel 3.1, eerste lid, Vb heeft verweerder enkel overwogen dat naar zijn voorlopig oordeel eiseresses aanvraag als een herhaalde aanvraag moet worden aangemerkt, omdat zij geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangedragen. Verweerder heeft daarin niet gemotiveerd op grond waarvan hij zich op het standpunt stelt dat (naar zijn voorlopig oordeel) geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Dit “voorlopig oordeel” kan dan ook niet worden beschouwd als het in artikel 34, derde lid, aanhef en onder a, richtlijn 2005/85 genoemde besluit waarbij wordt vastgesteld dat aan de aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. Uit het voorgaande volgt dat eiseres, nu het beroep in de asielprocedure gegrond is verklaard, als gevolg van haar asielaanvraag van 14 oktober 2014 thans nog steeds rechtmatig verblijf in Nederland toekomt totdat verweerder een nieuw besluit heeft genomen. Uit hetgeen de rechtbank heeft overwogen volgt dat eiseres er aanspraak op kan maken in Nederland te verblijven zolang niet – opnieuw - op haar aanvraag is beslist, althans een besluit is genomen als bedoeld in art. 42, derde lid van Richtlijn 2013/32 EU (de pendant van de bovengenoemde bepaling van art. 34, derde lid van richtlijn 2005/85). Daarom is het verzoek van eiseres om teruggeleiding naar Nederland toewijsbaar.

Advocaten

  • H. Tadema

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.