ECLI:NL:RBDHA:2015:11609
Rechtbank Den Haag · 01-10-2015 · zaaknummer 15/12923
Inhoudsindicatie
asiel, geloofwaardigheid seksuele gerichtheid, gedragslijn verweerder Verweerder heeft gesteld dat hij een vaste gedragslijn zou hanteren bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele gerichtheid en wel sinds medio 2014. Deze gedragslijn moet dan echter geacht worden te zijn meegenomen in het oordeel van de Afdeling. Het oordeel van de Afdeling bestrijkt immers ook deze periode. Gesteld noch gebleken is dat verweerder deze gedragslijn ten overstaan van de Afdeling niet heeft aangevoerd of niet heeft kunnen aanvoeren, terwijl dit op de weg van verweerder had gelegen, gezien het principiële karakter en de reeds geruime duur van de discussie met betrekking tot de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van asielzoekers. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding thans tot een ander oordeel te komen. Het bestreden besluit kan om die reden niet in stand blijven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
