ECLI:NL:RBDHA:2015:11359
Rechtbank Den Haag · 29-09-2015 · zaaknummer SGR 15/4236
Inhoudsindicatie
Nu eiser onvoldoende voortvarend heeft gehandeld om te komen tot een beëindiging van het dienstverband met de werknemer en tot eind februari 2014 is gewacht alvorens de werknemer niet meer in te zetten voor zijn werkzaamheden, kan de rechtbank niet anders dan constateren dat voor eiser de gedragingen van de werknemer geen subjectieve dringende reden voor ontslag vormden. Daarom is de rechtbank van oordeel dat aan de ontslagreden de subjectieve dringendheid ontbreekt. Er is geen sprake van verwijtbare werkloosheid.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
