Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:11331

Rechtbank Den Haag · 19-06-2015 · zaaknummer AWB 15/795

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 01-10-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

visum kort verblijf, hoorplicht, onvoldoende sociale en economische binding, artikel 8 EVRM. De rechtbank stelt vast dat de tegenwerpingen in het primaire besluit, dat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond en niet over voldoende middelen van bestaan beschikt voor zowel de duur van het verblijf als de terugreis, in het bestreden besluit niet langer worden tegengeworpen. Enkel wordt nog tegengeworpen dat redelijke twijfel bestaat of eiseres het voornemen heeft om het grondgebied van de lidstaat voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten. Voorgaande leidt echter niet tot de conclusie dat geen sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar. Daarbij is van belang dat, zoals uit het namens eiseres ingediende bezwaarschrift blijkt, de gemachtigde desgevraagd (afschriften van) stukken uit NVIS ontvangen heeft, waaruit gedetailleerd blijkt waarop verweerder de afwijzingsgronden gebaseerd heeft. Nu eiseres, zoals uit de gronden van bezwaar blijkt, voldoende inzicht heeft gehad in de gehandhaafde afwijzingsgrond dat redelijke twijfel bestaat of eiseres het voornemen heeft om het grondgebied van de lidstaat voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten en zij in de bezwaarfase geen nadere stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van haar op die grond betrekking hebbende bezwaren, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar en kon verweerder afzien van het horen van eiseres. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat haar sociale en economische binding met het land van herkomst dusdanig is dat tijdige terugkeer redelijkerwijs is gewaarborgd. Voorts volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat een visum kort verblijf in beginsel niet de geëigende weg is om het uitoefenen van familieleven als bedoeld in artikel 8 EVRM mogelijk te maken.

Advocaten

  • M.J.A. Leijen

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.