ECLI:NL:RBDHA:2015:11329
Rechtbank Den Haag · 11-06-2015 · zaaknummer AWB 14/23090 T
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft het verblijfsrecht van eiser beëindigd omdat hij is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens overtreding van artikel 310 jo. 312, tweede lid, ahf/sub 2, artikel 282, eerste lid jo. artikel 47, eerste lid, ahf/sub 1, en artikel 311, eerste lid ahf/sub 4/5, van het Wetboek van Strafrecht (diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden). Het strafbare feit is gepleegd tussen 20 en 22 november 2011. De uitspraak van de strafkamer is onherroepelijk geworden op 17 oktober 2013. Gelet op de aard van de misdrijven en de hoogte van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf is een fundamenteel belang van de (Nederlandse) samenleving aangetast. Gebleken is dat eiser na zijn inreis in Nederland in 2011 in contact is gekomen met politie en justitie voor diefstal. Tijdens het gehoor van 10 december 2013 heeft eiser voorts verklaard eerder in aanraking te zijn geweest met politie in Duitsland. Eiser vormt, gelet op zijn persoonlijke gedrag, een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Eiser heeft sinds het plegen van het strafbare feit in detentie verbleven. Verweerder neemt aan dat geen verbetering in het gedrag is opgetreden zodat de omstandigheden die maken dat hij een actuele bedreiging van de openbare orde vormt, nog steeds aanwezig zijn. De rechtbank overweegt echter dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en daardoor op een ondeugdelijke motivering berust, nu verweerder voor het oordeel dat in dit geval sprake is van persoonlijk gedrag dat een actuele bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, in aanmerking heeft genomen dat sprake is van zeer ernstige feiten, het persoonlijk gedrag van eiser tijdens het geweldsdelict van 2011, de strafverzwarende omstandigheden die zijn aangehaald in het strafvonnis en de invloed van het handelen van eiser op het slachtoffer en de Nederlandse samenleving. Daarnaast is gewezen op het feit dat eiser eerder in aanraking is geweest met politie en justitie in Nederland en in Duitsland. Deze aspecten zijn echter, gelet op hetgeen in de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren voor een betere omzetting en toepassing van richtlijn 2004/38 van 2 juli 2009, COM (2009)313 staat vermeld, onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat er ten tijde van het nemen van
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
