ECLI:NL:RBDHA:2015:10756
Rechtbank Den Haag · 15-09-2015 · zaaknummer AWB 15/8603
Inhoudsindicatie
inreisverbod, Internationale Organisatie voor Migratie, IOM, zelfstandig vertrek, REAN AVR Detention terugkeerprogramma, vertrekverklaring, vertrekplicht, terugkeerverplichting, terugkeerbesluit, geen contact, geen rechtens te beschermen belang, ontbreken van procesbelang Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 25 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:73) volgt dat een vreemdeling aan wie een inreisverbod is opgelegd ook nadat hij heeft voldaan aan de op hem rustende terugkeerverplichting nog belang heeft bij het beroep tegen het terugkeerbesluit, aangezien verweerder slechts een inreisverbod kan uitvaardigen tegen een vreemdeling jegens wie een rechtmatig terugkeerbesluit is genomen. Nu jegens eiser eveneens een inreisverbod is uitgevaardigd heeft hij in zoverre een rechtens te beschermen belang bij de inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit. Voorts overweegt de rechtbank onder verwijzing naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling – onder andere de uitspraken van 2 augustus 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:691) en van 15 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1612 en 1620) – dat eiser, nu hij na zijn vertrek uit Nederland geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden, kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod voor de duur van tien jaar. Dat eiser eerder zijn gemachtigde bepaaldelijk heeft gevolmachtigd om beroep in te stellen, maakt dit niet anders. Aldus heeft eiser ook hierom geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. Hieruit volgt dat het beroep vanwege het ontbreken van procesbelang niet ontvankelijk is. Het door de gemachtigde van eiser bij faxbericht van 13 juli 2015 gestelde belang bij voortzetting van de procedure ten aanzien van het opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod, waarbij wordt verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 juni 2015 (ECLI:EU:C:2015:377), leidt dan ook niet tot een ander oordeel.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
