ECLI:NL:RBDHA:2014:9972
Rechtbank Den Haag · 22-04-2014 · zaaknummer AWB-13_3761
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielvergunning van eiseres na herbeoordeling ingetrokken, omdat uit de rapporten van Bureau Land en Taal blijkt dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. De rechtbank stelt vast dat dit besluit een ambtshalve genomen belastend besluit betreft. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit mee dat hetgeen de Afdeling heeft overwogen en geoordeeld in haar uitspraken van 18 december 2009 en 9 september 2013 die handelen over afwijzingen van asielaanvragen - ten aanzien waarvan de bewijslast op de vreemdeling berust - op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000, hier toepassing mist. De rechtbank overweegt dat het op de weg van verweerder ligt om, indien sprake is van intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, aannemelijk te maken dat zich de daarin vermelde intrekkingsgrond voordoet. Verweerder heeft ter onderbouwing van het bestreden besluit beroep gedaan op taalanalyses door Bureau Land en Taal. Bureau Land en Taal dient als een deskundige te worden aangemerkt. Dit brengt mee dat verweerder zich ervan dient te vergewissen dat de taalanalyses van Bureau Land en Taal op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze zijn opgesteld. Als dit het geval is mag verweerder van de taalanalyses uitgaan, tenzij sprake is van concrete aanknopingspunten om aan de juistheid en volledigheid ervan te twijfelen. De rechtbank is van oordeel dat de door eiser ingebrachte contra-expertise een concreet aanknopingspunt vormt voor twijfel aan de taalanalyses van Bureau Land en Taal, nu de contra-expertise eiseres zonder twijfel in de door haar gestelde plaats van herkomst plaatst. Wat er zij van de overige beroepsgronden van eiseres, is de rechtbank reeds hierom van oordeel dat verweerder de taalanalyses van Bureau Land en Taal niet op goede gronden aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Het bestreden besluit is reeds hierom genomen in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
