ECLI:NL:RBDHA:2014:9932
Rechtbank Den Haag · 14-02-2014 · zaaknummer AWB-13_10480
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring eiseres in maart 2002 in verband met drugsdelict. Niet is gebleken van een objectieve belemmering voor de partner van eiseres om zich in het land van herkomst te vestigen. Ook ten aanzien van de zoon van eiseres heeft verweerder terecht aangenomen dat niet valt in te zien waarom hij zich niet zou kunnen aanpassen in het land van herkomst. Verweerder heft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de inmenging in het recht op eerbiediging van het gezinsleven van eiseres, haar partner en hun zoon wordt gerechtvaardigd in het belang van de Nederlandse samenleving nu eiseres een ernstig misdrijf heeft gepleegd. De rechtbank overweegt dat het HvJEU in het arrest Filev en Osmani heeft geoordeeld dat een nationale bepaling die bepaalt dat uitzettingen of verwijderingen in beginsel voor onbepaalde tijd gelden, tenzij de betrokkene een verzoek indient om de duur hiervan te beperken, niet in overeenstemming is met het tweede lid van artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn. Dit antwoord ziet specifiek op bepalingen in de Duitse wetgeving omtrent nieuwe, ná de implementatie van de Terugkeerrichtlijn opgelegde inreisverboden. Het arrest impliceert niet dat verweerder, anders dan eventueel naar aanleiding van een verzoek tot opheffing, alle ongewenstverklaringen die vóór de implementatie van de Terugkeerrichtlijn zijn uitgevaardigd, ambtshalve dient om te zetten in een inreisverbod voor bepaalde duur. Uit het antwoord van het HvJEU kan enkel worden geconcludeerd dat een lidstaat een dergelijke verplichting heeft op het moment dat de gevolgen van een inreisverbod of ongewenstverklaring jegens de vreemdeling daadwerkelijk worden geëffectueerd. In het onderhavige geval is van een dergelijke situatie geen sprake, nu eiseres immers niet is teruggekeerd naar Nederland. Uit het arrest kan evenmin worden afgeleid dat verweerder ambtshalve gehouden is een termijn aan de ongewenstverklaring te verbinden om zo de door eiseres gestelde onzekerheid omtrent de duur van haar verblijf buiten de Europese Unie op te heffen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
