ECLI:NL:RBDHA:2014:9917
Rechtbank Den Haag · 18-07-2014 · zaaknummer AWB 14/14111
Inhoudsindicatie
30, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000, Vo 604/2013, vluchtelingenstatus, verlopen, geldige verblijfsstatus, Verdrag van Straatsburg. Uit de imperatieve afwijzingsgrond als neergelegd in artikel 30, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 volgt dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen, indien, voor zover van belang, de vreemdeling in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet in de zin van artikel 2, eerste lid, onder a, van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatie- of Definitierichtlijn). Hieruit valt af te leiden dat het dient te gaan om een geldige verblijfsstatus. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich in dit geval ten onrechte op het standpunt gesteld dat hiervan sprake is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
