ECLI:NL:RBDHA:2014:9612
Rechtbank Den Haag · 17-07-2014 · zaaknummer AWB 14/753
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft eiser ongewenst verklaard met toepassing van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000. Vaststaat dat eiser buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, zodat verweerder terecht heeft aangenomen dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is. Dat artikel 1F van toepassing is, betekent weliswaar dat de actualiteit van de bedreiging lang aanwezig is, maar niet dat geen verdere beoordeling hoeft plaats te vinden. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder in het geval van eiser ten onrechte heeft geoordeeld dat de bedreiging die van de 1F status uitgaat nog altijd actueel is. De ongewenstverklaring kan daarom niet in stand blijven. Beroep gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
