ECLI:NL:RBDHA:2014:9063
Rechtbank Den Haag · 25-04-2014 · zaaknummer AWB 12/39626 en AWB 12/39627
Inhoudsindicatie
Asiel; inreisverbod 10 jaar; Turkije; PKK; 1F; ernstig niet-politiek misdrijf; financieren van terrorisme; wezenlijke bijdrage; motiveringsgebrek; gegrond. Eiser, werkzaam voor de PKK, hield zich als douanemedewerker onder meer bezig met het innen van belastingen over goederen die van Irak naar Turkije werden gesmokkeld. Deze belastinggelden werden afgedragen aan leidinggevenden binnen de HPG, de militaire tak van de PKK. De motivering van verweerder dat eiser persoonlijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het plegen van een ernstig, niet-politiek misdrijf, ziet onmiskenbaar op het faciliteren of ondersteunen van terroristische activiteiten en daarmee het faciliteren van een misdrijf als bedoeld in artikel 1F. Verweerder heeft ter zitting echter volhard in het standpunt dat eiser door middel van het doorsluizen van geld naar een terroristische organisatie persoonlijk een misdrijf als bedoeld in artikel 1F, onder b, van het Vluchtelingenverdrag heeft gepleegd. Gelet daarop is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Daarbij is van belang dat verweerder naar resoluties 1269 en 1373 van de Veiligheidsraad van de VN verwijst voor de invulling van het begrip ‘financieren’, maar desgevraagd ter zitting heeft erkend dat in die resoluties geen definitie wordt gegeven van dat begrip. Voorts heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom eiser met zijn handelen, ondanks dat aannemelijk wordt geacht dat, gelet op eisers verklaringen, hij een leidinggevende functie had, hij ook een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het (kunnen) plegen van de misdrijven, en waarom deze misdrijven niet, althans moeizamer, zouden zijn gepleegd als niemand de rol van eiser had vervuld. In dit licht is van belang dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de omvang en structuur van de organisatie van de PKK, van de daar in omloop zijnde bedragen, de geldstromen en de aanwending van de gelden. De stelling dat de PKK zonder het geld dat eiser inde, geen wapens had kunnen kopen en aanslagen had kunnen plegen, is te speculatief. Gelet daarop is onvoldoende gemotiveerd dat het geld dat eiser heeft geïnd een feitelijke en substantiële bijdrage heeft geleverd aan terroristische activiteiten. Daarmee is tevens onvoldoende gemotiveerd dat eiser met zijn werkzaamheden een feitelijk effect heeft gehad op het plegen van een ernstig niet-politiek misdrijf. Hierbij is van belang dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag restrictief dient te worden uitgelegd en dat het op de weg van verweerder ligt om eisers verwijtbaar handelen afdoende aannemelijk te maken.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
