ECLI:NL:RBDHA:2014:9019
Rechtbank Den Haag · 11-07-2014 · zaaknummer C-09-464914 - JE RK 14-1049
Inhoudsindicatie
De minderjarigen zitten hierdoor klem in de strijd tussen hun ouders. De oudergesprekken zijn gestopt nu de moeder weigert haar medewerking te verlenen. Het is de vraag of een ondertoezichtstelling onder deze omstandigheden het middel is om de strijd tussen de ouders te verminderen. Hiervoor zal in de eerste plaats de medewerking van de ouders nodig zijn. Met Bureau Jeugdzorg is de rechtbank evenwel van oordeel dat het moeizame verloop tot nu toe er niet toe dient te leiden dat de pogingen om de ouders tot een communicatie te bewegen die niet schadelijk is voor de minderjarigen moeten worden gestaakt. Dat zou immers niet in het belang van de minderjarigen zijn en de ouders des te minder prikkelen om op een redelijke manier met elkaar te communiceren. Daarbij komt dat vast staat dat de gesprekken van de minderjarigen met de kind-gezinsvoogd in elk geval door de oudste minderjarige als positief en belangrijk worden ervaren, zodat de ondertoezichtstelling in dit verband aantoonbaar positieve effecten voor de minderjarige heeft. Voor de jongste minderjarige geldt dat ook hij zijn verhaal bij de kind-gezinsvoogd kwijt kan, hetgeen door rechtbank van belang wordt geacht gelet op de omstandigheden waaronder hij moet opgroeien. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.F.M. van Weegberg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
