ECLI:NL:RBDHA:2014:8014
Rechtbank Den Haag · 27-06-2014 · zaaknummer AWB 13/30957 & 13/30958
Inhoudsindicatie
Kern: afwijzing van een aanvraag tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Vreemdelingenwet. Vermoeden van schijnrelatie. Indicatoren voor nader onderzoek. De rechtbank dient te beoordelen of verweerder de in de tussenuitspraak van 4 maart 2014 vermelde gebreken die kleven aan het bestreden besluit met de motivering in de brief van 2 april 2014 heeft hersteld en zo ja, of er aanleiding is om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand blijven. Volgens verweerder is in dit geval sprake van de volgende individuele indicatoren: a. er is sprake van een relatie tussen een derdelander en een burger van de Unie met een Oost-Europese nationaliteit; b. het leeftijdsverschil van acht jaar; c. eiser heeft eenmaal zonder resultaat een verblijfsprocedure in Nederland doorlopen; en d. het arbeidsverleden van referente. Feitelijk is indicator genoemd onder a. juist. De rechtbank is echter van oordeel dat deze indicator op zichzelf onvoldoende onderscheidend is om te worden gehanteerd als rechtvaardiging voor het verrichten van nader onderzoek naar de vraag of sprake is van misbruik van richtlijn 2004/38/EG. De rechtbank ziet deze rechtvaardiging ook niet in de specifieke nationaliteiten van eiser en referente, dan wel de combinatie van hun nationaliteiten. De rechtbank overweegt voorts dat het leeftijdsverschil van acht jaar evenmin een rechtvaardiging vormt voor het verrichten van nader onderzoek naar de vraag of sprake is van misbruik. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom het leeftijdsverschil van acht jaar misbruik impliceert. Ook in de brief van 2 april 2014 is geen inzicht verschaft in welke mate het leeftijdsverschil tussen de echtgenoten of partners een rol speelde bij de zestien gevallen van misbruik die in de twee pilot zijn geconstateerd en hoe groot het leeftijdsverschil in de onderzochte zaken was. De omstandigheid dat eiser eenmaal zonder resultaat een verblijfsprocedure in Nederland heeft doorlopen, is naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende om als bovenbedoelde rechtvaardiging te gelden. Met slechts één eerdere verblijfsrechtelijke procedure is echter geen sprake van een aantal mislukte pogingen, zodat in deze zaak niet aan verweerders toelichting op deze indicator wordt voldaan. De omstandigheid dat referente als prostituee heeft gewerkt en daarna een eigen escortbedrijf heeft gehad, leidt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet tot het vermoeden van misbruik van richtlijn 2004/38/EG. Verweerder heeft in de brief van 2 april 2014 een nadere toelichting gegeven op de individuele indicator met betrekking tot het arbeidsverleden van referente, namelijk dat er binnen de IND mensenhandelsignalen ambtshalve bekend waren betreffende Roemeense prostituees met Albanese derdelanders. Verweerder heeft echter in de onderhavige zaak geen enkel aanknopingspunt kunnen noemen voor de conclusie dat er ten aanzien van eiser en referente in concreto sprake is van (een indicatie van) mensenhandel, zodat de genoemde ambtshalve kennis in dit geval geen betekenis toekomt. De rechtbank merkt op dat de omstandigheid dat eiser en referente gebrekkig Engels spreken onverlet laat dat zij wel een taal spreken die zij beiden verstaan. Verweerder kan niet als indicator hanteren dat eiser en referente niet konden aantonen dat ze reeds gedurende zes maanden op hetzelfde adres stonden ingeschreven, nu verweerder niet twijfelt aan de duurzaamheid van de relatie. Er is dus geen aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit geheel of gedeeltelijk in stand blijven.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
