Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:7503

Rechtbank Den Haag · 13-06-2014 · zaaknummer SHE 14/1736

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-06-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoek om opvang aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Zorgplicht. Vervolg op uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2014. Opvang in vrijheidsbeperkende locatie (VBL). Verweerder heeft in het bestreden besluit uiteengezet dat het onderdak waar verzoekster om heeft verzocht voorhanden is. Volgens verweerder kunnen vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf zich melden bij de Dienst terugkeer en vertrek (DT&V) voor onderdak in de VBL in Ter Apel. Voor zover sprake is van een medische problematiek, bestaan ook daarvoor voorzieningen in de VBL. Verweerder heeft uiteengezet dat het verblijf in de VBL gepaard gaat met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel conform artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Essentieel onderdeel van het onderdak in de VBL is het werken aan vertrek. Uit de Vw 2000 vloeit voort dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf een wettelijk plicht hebben om Nederland te verlaten (wettelijke vertrekplicht). Juist om hun terugkeer te kunnen organiseren biedt Nederland deze vreemdelingen de mogelijkheid om tijdelijk onderdak te krijgen in de VBL, waar de DT&V hen ook kan ondersteunen bij het organiseren van het vertrek. Volgens verweerder bestaat voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf dus een oplossing in de vorm van onderdak die gepaard gaat met het werken aan een realistisch toekomstperspectief. Hiermee wordt het belang van vreemdelingen zonder zicht op verblijf in Nederland het beste gediend, aldus verweerder in het bestreden besluit. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bestaat, gezien de thans beschikbare gegevens en de door partijen over en weer ingenomen standpunten, geen grond voor het oordeel dat verweerder met het aldus geboden onderdak in dit geval niet heeft voldaan aan de op hem rustende zorgplicht zoals weergegeven in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:722). Dat het onderdak gepaard gaat met een vrijheidsbeperkende maatregel en verweerder in dat verband van verzoekster vraagt om mee te werken aan haar uitzetting, acht de voorzieningenrechter voorshands niet ontoelaatbaar. Voor zover verzoekster meent dat thans geen zicht bestaat op uitzetting omdat zij buiten haar schuld niet kan terugkeren naar Macedonië, ligt het op haar weg een daartoe strekkende verblijfsaanvraag in te dienen teneinde haar verblijf in Nederland te legaliseren. Voor zover verzoekster medische behandeling behoeft, moet worden vastgesteld dat verweerder in het bestreden besluit heeft uiteengezet dat daarvoor voorzieningen aanwezig zijn in de VBL. Dat, zoals verzoekster stelt, zij een behandelrelatie heeft in ’s-Hertogenbosch en zij belang heeft bij voortzetting van die behandeling, is op zichzelf genomen onvoldoende voor het oordeel dat van haar niet gevergd kan worden in de VBL te verblijven.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.