ECLI:NL:RBDHA:2014:6274
Rechtbank Den Haag · 16-05-2014 · zaaknummer AWB 13/28319
Inhoudsindicatie
Anders dan eiseres heeft gesteld, heeft verweerder het verblijfsrecht van eiseres niet zonder meer beëindigd. De Richtlijn 2004/38 is geïmplementeerd in de artikelen 8.7 tot en met 8.25 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Verweerder heeft alvorens over te gaan tot de beëindiging van het verblijfsrecht van eiseres, getoetst aan deze bepalingen van het Vb 2000 en de belangen van eiseres afgewogen tegen het belang van de Nederlandse overheid om het verblijfsrecht te beëindigen. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder bij afweging van deze belangen niet heeft kunnen overgaan tot beëindiging van het verblijfsrecht van eiseres.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
