Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:5950

Rechtbank Den Haag · 17-04-2014 · zaaknummer AWB 14/5290 & 13/31533

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 15-05-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij bij overdracht aan Italië in een situatie terecht zal komen in strijd met artikel 3 EVRM. Ter onderbouwing heeft verzoeker in beroep verschillende stukken overgelegd. Een deel van deze stukken is door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) betrokken in het arrest van 2 april 2013 (Hussein tegen Nederland en Italië) en door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar uitspraken van 26 februari 2014 en waarover is geoordeeld dat deze stukken niet leiden tot het oordeel dat verweerder niet kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. De overige overgelegde stukken bieden evenmin grond voor het oordeel dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij door overdracht aan Italië in een situatie zal geraken die strijdig is met artikel 3 EVRM. Verzoeker heeft verwezen naar het arrest van het EHRM van 27 februari 2014 (Josef tegen België). De omstandigheid dat ten aanzien van een deel van de asielzoekers in Italië problemen bestaan met betrekking tot het verkrijgen van toegang tot voorzieningen en dat er tekortkomingen bestaan in de rechtsgang bij het inroepen van bescherming, biedt geen grond voor het oordeel dat thans sprake is van een zodanige willekeur dat gesproken kan worden van structurele tekortkomingen in de toegang tot de asielprocedure en (opvang)voorzieningen waardoor aannemelijk is dat een overdracht aan Italië in strijd zal komen met artikel 3 EVRM, zoals bedoeld in het arrest van het EHRM van 21 januari 2011 (M.S.S. tegen België en Griekenland). De omstandigheden dat het EHRM de zaak Tarakhel tegen Zwitserland heeft doorverwezen naar de Grote Kamer en dat het EHRM recentelijk een aantal interim measures heeft toegewezen, heeft verweerder terecht onvoldoende geacht om ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel te kunnen uitgaan. De doorverwijzing naar de Grote Kamer biedt thans geen concrete aanknopingspunten voor de conclusie dat het EHRM, anders dan in het voornoemde arrest van 21 januari 2011, tot het oordeel zal komen dat in Italië sprake is van een aan het systeem gerelateerde tekortkomingen waar het gaat om opvang voor asielzoekers, toegang tot de asielprocedure en het verschaffen van ondersteuning en faciliteiten aan asielzoekers. De interventie van the AIRE Centre biedt die concrete aanknopingspunten evenmin. Verzoeker heeft aangevoerd dat zijn rechten onder de artikelen 1, 4 en 18 van het EU Handvest worden geschonden bij een overdracht aan Italië. Voorts heeft verzoeker aangevoerd dat de vraag relevant is of de rechtspraak van het Hof van Justitie in het kader van artikel 3, tweede lid juncto artikel 15, in verhouding tot artikel 19 van de Verordening (EG) 343/2003 nog nadere eisen stelt aan de vraag op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de humanitaire clausule. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 14 juli 2011 heeft overwogen omvatten de artikelen 1, 4 en 18 van het EU Handvest, voor zover hier van belang, geen additionele rechten ten opzichte van artikel 3 EVRM. Het EHRM betrekt in het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland bij de uitleg van artikel 3 EVRM en de beoordeling van de relevant geachte aspecten immers uitdrukkelijk de verplichtingen die de lidstaten op grond van het Unierecht zijn aangegaan. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2011 (N.S.) volgt, zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 28 juni 2012, dat zo op de juiste wijze is beoordeeld of wordt voldaan aan de eisen die voortvloeien uit het Unierecht. Daaruit volgt dat evenmin grond bestaat voor het oordeel dat artikel 3, tweede lid juncto artikel 15 in verhouding tot artikel 19 van de Verordening additionele rechten omvat.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.