ECLI:NL:RBDHA:2014:5893
Rechtbank Den Haag · 15-05-2014 · zaaknummer AWB-13_28523
Inhoudsindicatie
De rechtbank ziet zich allereerst –ambtshalve– voor de vraag gesteld of het inreisverbod dat eiser opgelegd heeft gekregen kan worden aangemerkt als een separaat inreisverbod zoals bedoeld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 januari 2013 (201209061/1/V3) zodat er tegen dit inreisverbod rechtstreeks beroep openstaat, of dat het inreisverbod deel uitmaakt van een meeromvattende beschikking zoals bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2012 (201203301/1/V3) zodat hiertegen bezwaar openstaat. De rechtbank is van oordeel dat er strikt genomen geen sprake is van een separaat inreisverbod, nu het inreisverbod deel uitmaakt van het besluit houdende inwilliging van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring, en dus onderdeel uitmaakt van een meeromvattend besluit waartegen bezwaar open staat. De rechtbank is echter van oordeel dat in deze procedure het zwaartepunt van dit meeromvattende besluit ligt bij de oplegging van het inreisverbod en niet bij de beslissing op het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring. De rechtbank overweegt voorts dat, indien er bezwaar zou worden gemaakt tegen het besluit, dat bezwaar naar alle waarschijnlijkheid niet-ontvankelijk zal worden verklaard wegens het ontbreken van het procesbelang voor zover het ziet op het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring, aangezien dat verzoek is toegewezen. Het argument van de concentratie van rechtsmiddelen, zoals aan de orde in de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2012, speelt derhalve in dit geval geen rol. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het onderhavige inreisverbod op één lijn moet worden gesteld met een separaat inreisverbod, zodat daar inderdaad rechtstreeks beroep tegen openstaat.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
