ECLI:NL:RBDHA:2014:5788
Rechtbank Den Haag · 31-01-2014 · zaaknummer AWB 13/15907
Inhoudsindicatie
niet-ontvankelijk bezwaar tegen de feitelijke uitzetting wegens interim measure. Procesbelang? Verweerder heeft het bezwaar van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het vertrek van eiser is geannuleerd in verband met een jegens eiser getroffen interim measure van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (het Hof). De rechtbank ziet zich, gelet op het voorgaande, ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van het voorliggende beroep. Voor het aannemen van procesbelang is vereist dat eiser door de beoordeling van het thans voorliggende beroep in een materieel gunstiger positie kan komen. Eiser heeft onder andere aangevoerd dat hij procesbelang heeft bij beoordeling van de uitzettingsmodaliteit. De rechtbank volgt eiser daarin niet. Niet valt in te zien immers dat eiser met de beoordeling van de uitzettingsmodaliteit van een geannuleerde uitzetting in een materieel gunstiger positie kan geraken. Er is voorts geen grond voor de conclusie dat eiser tegen een eventueel toekomstig voornemen van verweerder tot uitzetting over te gaan niet opnieuw op grond van artikel 72, derde lid, Vw bezwaar zou kunnen maken. De stelling van eiser dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de voorgenomen uitzetting eiser in een materieel gunstiger positie kan brengen, aangezien in de nog lopende herhaalde asielaanvraag van eiser alsdan sprake zal zijn van een nieuw feit, volgt de rechtbank evenmin. Het betoog van eiser dat met een toekomstige procedure op grond van artikel 72, derde lid, Vw geen sprake is van een sluitend stelsel van rechtsmiddelen, aangezien bezwaar tegen de feitelijke uitzetting geen schorsende werking heeft, leidt de rechtbank evenmin tot de conclusie dat sprake is van procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Eiser kan bij een toekomstige mededeling van verweerder hem te zullen uitzetten naast het maken van bezwaar tegen die feitelijke handeling immers een verzoek om een voorlopige voorziening indienen dat ertoe strekt de uitzetting op te schorten, dan wel te verbieden. Beroep niet-ontvankelijk.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
