ECLI:NL:RBDHA:2014:5714
Rechtbank Den Haag · 22-04-2014 · zaaknummer 13_6937 ERF
Inhoudsindicatie
Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd met eiseres waartoe een belang van 6,89 % in de BV behoorde. BV is een houdstermaatschappij met belangen in diverse actieve vennootschappen over de hele wereld, waaronder een belang van 70,6 % in Ltd. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Successiewet (SW) van toepassing is op het door eiseres geërfde belang in de BV en specifiek op het door de BV gehouden belang in Ltd. Niet in geschil is dat het aanhouden van het belang in Ltd. door de BV in het verlengde ligt van diens ondernemingsactiviteiten en als zodanig ondernemingsvermogen vormt voor de BV en dat erflater in de andere door de BV gehouden belangen een indirect aanmerkelijk belang hield. De rechtbank oordeelt dat bij de beoordeling of het belang in Ltd. als ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen moet worden aangemerkt het ten minste als keuzevermogen kan worden geëtiketteerd en derhalve voor toepassing van de BOR kwalificeert als ondernemingsvermogen. Het gehele vermogen van de BV, inclusief het belang in Ltd., moet dan ook worden aangemerkt als verkregen ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 35c van de SW.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
