Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:5590

Rechtbank Den Haag · 07-05-2014 · zaaknummer SGR 13/9597

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 07-05-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een werknemer in dienst die in 2012 een loon heeft genoten van meer dan € 150.000. Over het tijdvak maart 2013 heeft eiseres op grond van artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 de zogenoemde pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen over het loon van 2012 voor zover dat meer bedroeg dan € 150.000. Verweerder heeft het tegen die afdracht ingediende bezwaar afgewezen. Eiseres bestrijdt de afdracht omdat de heffing in strijd zou zijn met de wetssystematiek, met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en met de artikelen 26 IVBPR en 14 EVRM. De rechtbank verwerpt de standpunten van eiseres. In artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 is uitdrukkelijk bepaald dat de pseudo-eindheffing hoog loon wordt geheven ‘in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde’. Het bepaalde in artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 staat daarom niet aan de heffing in de weg. Het standpunt dat de crisisheffing niet kan worden geheven over het fictief loon van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De rechtbank is tevens van oordeel dat bij de pseudo-eindheffing hoog loon geen sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het eigendomsrecht zoals geformuleerd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Evenmin is sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 van het IVBPR en artikel 14 van het EVRM. De wetgever heeft uitdrukkelijk gekozen voor een heffing bij de inhoudingsplichtige ter zake van het in 2012 door werknemers genoten loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Zo werkgevers enerzijds en ondernemers en resultaatgenieters met een inkomen van meer dan € 150.000 en vennootschappen met een winst van meer dan € 150.00 al kunnen worden aangemerkt als gelijke gevallen, kan niet worden gezegd dat de keuze voor een werkgeversheffing evident van redelijke grond is ontbloot.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.