ECLI:NL:RBDHA:2014:5165
Rechtbank Den Haag · 18-03-2014 · zaaknummer AWB 13/29848
Inhoudsindicatie
werknemer in de zin van Besluit 1/80; reële en daadwerkelijke arbeid Volgens vaste jurisprudentie van het Hof, waaronder het arrest van 26 november 1998 (Birden, ECLI:NL:XX:1998:AD2971) en het arrest van 19 november 2002 (Kurz, ECLI:NL:XX:2002:BE8136) moet voor de bepaling van de draagwijdte van het in artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 gebruikte begrip werknemer te rade worden gegaan bij de uitleg van het unierechtelijke begrip werknemer. Om als werknemer te worden aangemerkt, moet een persoon reële en daadwerkelijk arbeid verrichten, met uitsluiting van werkzaamheden van zo geringe omvang dat zij louter marginaal en bijkomstig blijken. Het hoofdkenmerk van de arbeidsverhouding is, dat iemand gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens gezag prestaties levert en als tegenprestatie een vergoeding ontvangt. Gelet hierop, kan enkel in de perioden dat eiser werkzaamheden verrichtte sprake zijn van arbeid als werknemer in de zin van het Besluit 1/80. Alleen in die perioden was immers sprake van het leveren van prestaties. Nu eiser van 1 oktober 2008 tot 9 juni 2009 en van 17 oktober 2009 tot 18 december 2009 werkzaamheden verricht heeft voor werkgever X en gesteld noch gebleken is dat de overige perioden van zijn arbeidscontract op grond van het tweede lid van artikel 6 Besluit 1/80 kunnen worden aangemerkt als (legale) arbeid, is eiser niet gedurende de periode van een jaar aan te merken als werknemer in de zin van Besluit 1/80. Verweerder heeft zich, gelet daarop, terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid voor de duur van een jaar. Het betoog dat het niet aan eiser te wijten is dat hij niet gedurende een jaar, dan wel het hele arbeidscontract, daadwerkelijk voor werkgever X werkzaamheden verrichtte, omdat X als onbetrouwbare werkgever eiser niet in staat stelde te werken, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het vonnis van de kantonrechter kan evenmin tot een ander oordeel leiden nu ook daarin niet is vastgesteld dat eiser gedurende een jaar reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht. Uit het voorgaande volgt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen rechten kan ontlenen aan artikel 6, eerste lid, eerste streepje, van Besluit 1/80. Eiser kan evenmin rechten ontlenen aan artikel 4 WAV, nu eiser niet in bezit is geweest van een verblijfsvergunning gedurende een ononderbroken periode van drie jaar.
Rechters
Advocaten
- L. Bastimar
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
