Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:4774

Rechtbank Den Haag · 14-04-2014 · zaaknummer AWB-13_7510

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 17-04-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW Met eiser is de rechtbank is van oordeel dat artikel XXV, tweede lid, van de Wet aanscherping buiten toepassing moet blijven vanwege strijd met hetgeen is bepaald in artikel 7 van het EVRM. In artikel 7 van het EVRM is (onder meer) neergelegd dat geen zwaardere sanctie mag worden opgelegd dan die, die ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Aan eiser is een boete opgelegd met betrekking tot de gehele periode dat de overtreding heeft voortgeduurd. Daarbij is op grond van het Boetebesluit het uitgangspunt dat de hoogte van de boete gelijk is aan het benadelingsbedrag, zijnde het bedrag dat eiser gedurende de overtreding ten onrechte heeft ontvangen. Dat betekent dat de hoogte van de boete mede wordt bepaald door het begaan van de overtreding gedurende de periode dat het Boetebesluit nog niet in werking was getreden. Tot 1 januari 2013 gold immers nog het oude Boetebesluit socialezekerheidswetten, op grond waarvan een boete in beginsel op 10% van het benadelingsbedrag werd vastgesteld. Toepassing van het Boetebesluit op de overtreding voor zover die heeft plaatsgevonden vóór 2013, is daarmee in strijd met artikel 7 van het EVRM en artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van het IVBPR. De rechtbank ziet hierin aanleiding artikel XXV, tweede lid van de Wet aanscherping, voor zover het leidt tot toepassing van het nieuwe boeteregime op (het deel van) de overtreding dat heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2013, buiten toepassing te laten. Voor het standpunt dat de nationaalrechtelijk overgangsbepaling buiten toepassing moet worden gelaten indien en voor zover deze in strijd is met de bedoelde internationaalrechtelijk bepaling, vindt de rechtbank steun in het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP6878).

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.