Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:4737

Rechtbank Den Haag · 08-04-2014 · zaaknummer 12/38326

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 17-04-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 1(F) Vlv, Basij, Iran, knowing participation, personal participation, niet-politieke misdrijven, faciliteren, inreisverbod, artikel 45, lid 8, Vw 2000 Niet in geschil is dat de Basij een organisatie is die bekend is met marteling, foltering en mishandeling, welke aan te merken zijn als misdrijven waarop artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag van toepassing kan zijn. Evenmin is in geschil dat verweerder de gedragingen waarmee eiser in verband wordt gebracht, heeft mogen aanmerken als ernstige, niet-politieke misdrijven in de zin van artikel 1(F), onder b, van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank (stelt) vast dat eiser de inhoud van de door verweerder aangehaalde ambtsberichten alsmede de overige aangehaalde openbare bronnen niet heeft betwist. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser ook overigens geen concrete aanknopingspunten geleverd voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de ambtsberichten. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat in het geval van eiser, naast 'knowing participation’, evenzeer sprake is van ‘personal participation'. Hetgeen verweerder in dat verband heeft overwogen, acht de rechtbank voldoende draagkrachtig gemotiveerd. Verweerder heeft, gelet op de lange duur dat eiser werkzaam is geweest voor de Basij en de functie(s) die eiser aldaar heeft bekleed, gevoegd bij eisers verklaringen over de aard en inhoud van de laatstelijk door hem beklede functie van plaatsvervangend hoofd Operationele Zaken, bezien in het licht van de informatie vervat in eerdergenoemde ambtsberichten, kunnen overwegen dat eiser een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Zo heeft eiser verklaard dat hij informatie heeft gekwalificeerd en doorgegeven, op basis waarvan mensen zijn gearresteerd. Daarmee heeft eiser mensen in een positie gebracht waarin zij een aanmerkelijke kans liepen te worden mishandeld of te worden gefolterd of gemarteld. Verweerder heeft voorts niet aannemelijk hoeven achten dat in geval van eiser sprake was van overmacht of dwang. De rechtbank verwijst daarbij naar het verloop van eisers loopbaan bij de Basij en de wisselende verklaringen die eiser heeft afgelegd over zijn posities, taken en bevoegdheden die daarbij hoorden. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat in latere verklaringen van eiser sprake is van tegenstrijdigheden met eerdere, gedetailleerde verklaringen, welke tegenstrijdigheden duiden op het bagatelliseren van de rol van eiser, zoals die valt af te leiden uit zijn eerdere verklaringen. Uit eisers verklaringen tijdens de gehoren valt voorts niet op te maken dat het voor eiser niet mogelijk zou zijn geweest om zich aan bepaalde werkzaamheden te onttrekken. De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod niet in overeenstemming met artikel 45, achtste lid, van de Vw 2000 als zelfstandig besluitonderdeel is opgenomen in het bestreden besluit van 6 december 2012, zodat wordt volstaan met de constatering dat aan eiser geen inreisverbod is opgelegd.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.