ECLI:NL:RBDHA:2014:3626
Rechtbank Den Haag · 25-03-2014 · zaaknummer AWB 13_29482
Inhoudsindicatie
Nu de rechtbank geen redenen heeft te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van het individuele ambtsbericht, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verweerder op grond van de onderzoeksresultaten van dit ambtsbericht heeft kunnen concluderen dat eiser bij zijn asielaanvraag niet volledig heeft verklaard en indien zijn betrokkenheid bij de voorbereiding en uitvoering van de massale moordpartijen in 1994 bekend zou zijn geweest hem artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag zou zijn tegengeworpen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder waarde gehecht aan de beantwoording van de vragen 2-3. Hieruit blijkt dat meerdere bronnen hebben verklaard dat eiser heeft deelgenomen aan MRND-demonstraties waarbij Tutsi werden geslagen, gearresteerd, vermoord of gevangen genomen. Twee bronnen hebben aangegeven dat eiser bij MRND-vergaderingen aanwezig was, onder andere in de Mugima sector, waar de genocide werd voorbereid. Verder is door telkens één bron verklaard dat eiser heeft deelgenomen aan vergaderingen van de CDR, waarbij de eliminatie van Tutsi werd besproken, dat eiser deelnam aan georganiseerde aanvallen tegen Tutsi in Kigali als wraak op de moord op Interhamwe leider [D] en dat eiser samen met [E] namenlijsten van Tutsi, die vermoord moesten worden, heeft opgesteld en deze aan de Interhamwe en burgerwachten heeft gegeven voor de uitvoering hiervan. De rechtbank stelt vast dat de onderzoeksresultaten gebaseerd zijn op verklaringen afkomstig van meerdere bronnen en de verklaringen elkaar op hoofdlijnen ondersteunen. De verklaringen zijn voorts niet slechts van algemene strekking maar bevatten relevante bijzonderheden, zoals namen en plaatsen. Verweerder heeft op grond van deze onderzoeksresultaten, in onderlinge samenhang beschouwd, in het licht van hetgeen uit gezaghebbende openbare bronnen bekend is over de gebeurtenissen in Rwanda in 1994 en eisers eigen verklaring zoals afgelegd in het nader gehoor, terecht geconcludeerd dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder a, b, en c van het Vluchtelingenverdrag.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
