Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:2762

Rechtbank Den Haag · 10-02-2014 · zaaknummer AWB 13/13833

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-03-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor voortgezet verblijf en een inreisverbod van tien jaar, wegens gevaar voor de openbare orde, is in strijd met artikel 8 EVRM. De rechtbank toetst het bestreden besluit aan de criteria van het arrest van het EHRM van 23 juni 2008 (Maslov), nu het gaat om de uitzetting van een jongvolwassene zonder eigen gezin. Verweerder heeft ten nadele van eiser kunnen meewegen dat eiser is veroordeeld voor een ernstig feit. Daar staat tegenover dat ten voordele van eiser mee dient te wegen dat het gaat om één enkele veroordeling, en dat eiser het strafbare feit heeft gepleegd toen hij 18 jaar, en dus net meerderjarig, was. Bij het gewicht dat toekomt aan de leeftijd van eiser is niet de leeftijdsgrens voor meerderjarigheid van 18 jaar doorslaggevend, maar het feit dat het strafbare feit is gepleegd op jeugdige leeftijd. Ook de leeftijd van eiser ten tijde van het plegen van het delict kan nog als jeugdig worden gekwalificeerd. De periode dat eiser rechtmatig in Nederland heeft verbleven bestrijkt meer dan een derde deel van zijn leven. Verweerder heeft dat in redelijkheid niet kunnen aanmerken als een relatief korte periode. Daarbij komt dat het belangrijke, vormende jaren uit de jeugd van verzoeker betreffen, direct voorafgaand aan het meerderjarig worden, waarin hij steeds in gezinsverband met zijn ouders en broers heeft gewoond. Eiser voert terecht aan dat verweerder in zijn beoordeling of sprake is van een positieve gedragsverandering ten onrechte uitsluitend de periode na de vrijlating van eiser in ogenschouw heeft genomen en geen acht heeft geslagen op het gedrag van eiser in detentie. Verweerder heeft niet kunnen concluderen dat eiser sinds het gepleegde delict geen positieve gedragsverandering heeft laten zien, door enkel te stellen dat de periode sinds zijn vrijlating uit detentie daartoe te kort is. Eiser heeft op vierjarige leeftijd zijn land van herkomst (Afghanistan) verlaten en is sindsdien niet meer teruggekeerd. Eiser heeft gesteld dat hij daardoor geen sociale en familiaire banden heeft met zijn land van herkomst. Verweerder heeft daartegenover gesteld dat eiser tot zijn veertiende in Pakistan (Peshawar) heeft verbleven en daar niet verstoken is geweest van omgang met personen die uit zijn land van herkomst afkomstig zijn, nu zich in Peshawar een grote Afghaanse gemeenschap bevindt. Voorts spreekt eiser de taal Dari. De rechtbank is van oordeel dat daaruit weliswaar kan worden geconcludeerd dat eiser tot op zekere hoogte (nog) een culturele verwantschap heeft met zijn land van herkomst, maar niet dat hij sociale en familiaire banden heeft in zijn land van herkomst. Aan het ontbreken van banden met zijn land van herkomst komt te meer gewicht toe, nu uit het algemene ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Afghanistan van juli 2012 blijkt dat een individu in Afghanistan voor bescherming in de eerste plaats afhankelijk is van de bescherming van zijn eigen netwerk en relaties. Tegenover het ontbreken van sociale en familiaire banden met zijn land van herkomst, staat dat eiser vanaf zijn veertiende jaar vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad. Dat is een aanzienlijk deel van zijn leven, en bovendien belangrijke, vormende jaren tot aan het volwassen worden, waarbij eiser een schoolopleiding heeft gevolgd en een baan heeft gehad. Eiser heeft daarbij steeds in gezinsverband met zijn ouders en broers samengewoond en nog nooit zelfstandig gewoond of geleefd. Onder die omstandigheden en in aanmerking genomen de jonge leeftijd waarop eiser het strafbare feit heeft gepleegd, zijn, gelet op rechtsoverweging 75 van het arrest van het EHRM van 23 juni 2008 (Maslov), zeer zwaarwegende redenen vereist om de uitzetting van eiser naar zijn land van herkomst te rechtvaardigen.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.