ECLI:NL:RBDHA:2014:1908
Rechtbank Den Haag · 13-02-2014 · zaaknummer 09-777155-13
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan - kort gezegd - aanranding van een schoolgenote. De medeverdachte heeft zaadjes in het shirt van het slachtoffer gedaan en deze er vervolgens weer uit gehaald. Hij is hierbij met zijn hand in de bh van het slachtoffer gegaan en heeft ook haar borsten aangeraakt. De verdachte hield het slachtoffer ondertussen vast en heeft haar in haar borsten geknepen en erover gewreven. De verdachte en zijn medeverdachte hebben door het plegen van deze ontuchtige handelingen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is algemeen bekend dat bij slachtoffers van zedenmisdrijven gedurende lange tijd gevoelens van onrust en onveiligheid (kunnen) blijven bestaan. Uit de toelichting die de moeder van het slachtoffer op het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces heeft vermeld, blijkt ook dat het slachtoffer veel last heeft gehad van het voorval en dat zij geestelijke hulpverlening nodig heeft (gehad).
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- M. van der Zwan
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
