ECLI:NL:RBDHA:2014:16952
Rechtbank Den Haag · 07-04-2014 · zaaknummer AWB 13 / 19883
Inhoudsindicatie
De rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat met het bestreden besluit geen juiste uitvoering is gegeven aan haar eerdere uitspraak van 1 maart 2013. Aldus is nog steeds niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een terechte veroordeling die maakt dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser onder de criteria van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag valt. De rechtbank zal verweerder opdracht geven om, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag van eiser. Een meer doelmatige wijze om te komen tot definitieve geschillenbeslechting ziet de rechtbank in dit geval niet. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het namelijk op de weg van verweerder om ter zake de veroordeling van eiser in Ghana aan de minister van Buitenlandse Zaken te verzoeken om nader onderzoek te (laten) verrichten en de resultaten daarvan neer te leggen in een individueel ambtsbericht. Gelet op de te verwachten duur die onder meer met dat onderzoek gemoeid zal zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding in deze zaak de zogeheten bestuurlijke lus toe te passen.
Advocaten
- A.J.P. Lemmen
- R.P.G. van Bel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
