ECLI:NL:RBDHA:2014:16659
Rechtbank Den Haag · 11-12-2014 · zaaknummer C/09/476773 / KG RK 14-2136
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer is van oordeel dat het bezigen van de gewraakte bewoordingen geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat de rechter-commissaris een vooringenomenheid koestert, dan wel dat verzoekers vrees voor de vooringenomenheid van de rechter-commissaris objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer meent dat de bewoordingen van de rechter-commissaris, zeker nu zij deze heeft gebruikt ter uitleg van het feit dat zij aangever in haar eerdere reactie als slachtoffer heeft aangeduid en in reactie op de klacht van verzoeker daarover, niet anders gelezen kunnen worden dan dat zij heeft bedoeld aan te geven dat de aangever volgens de dagvaarding als slachtoffer moet worden aangemerkt. Dat de rechter-commissaris aangevers voornaam heeft vermeld in haar reactie, leidt niet tot een ander oordeel. Het derde wrakingsverzoek zal dus worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A.H. BERGMAN
- M. Baltus
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
