ECLI:NL:RBDHA:2014:16511
Rechtbank Den Haag · 22-12-2014 · zaaknummer 14/11231
Inhoudsindicatie
Democratische Republiek Congo, artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag, knowing en personal participation, DEMIAP, M23, 3 EVRM, inreisverbod tien jaar Eiser is werkzaam geweest voor zowel de DEMIAP als de M23. Verweerder heeft, gelet op de duur dat eiser werkzaam is geweest voor de militaire inlichtingendienst DEMIAP, zowel in Beach N’gobila als in Kinshasa, en de functies die eiser aldaar heeft bekleed, gevoegd bij zijn verklaringen omtrent de inhoud, taken en verantwoordelijkheden van die functies bij de DEMIAP, bezien in het licht van de informatie vervat in de ambtsberichten en openbare bronnen, kunnen concluderen dat eiser wist of moest weten dat door de DEMIAP op systematische wijze en op grote schaal misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag zijn gepleegd. Verweerder heeft verder goede gronden overwogen dat bij eiser geen sprake is van een significante uitzondering op de knowing participation. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat in geval van eiser sprake is van ‘personal participation’. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat in het geval van eiser tijdens de periode waarin hij werkzaam was voor M23 sprake is van 'knowing participation’. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat in geval van eiser sprake is van ‘personal participation’. Uit eisers verklaring dat hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika actief was als strijder (combattant) heeft verweerder ten onrechte de conclusie getrokken dat eiser betrokken was bij gevechtshandelingen. Uit eisers verklaringen blijkt dat zijn feitelijke werkzaamheden binnen de Zuid-Afrikaanse tak van M23 bestonden uit het organiseren van betogingen. Van gevechtshandelingen blijkt uit de verklaringen niets en de term combattant dient hier dan ook naar het oordeel van de rechtbank veeleer in een ideologische context te worden geplaatst. Evenmin is gebleken dat acties van de zijde van eiser M23-rebellen in staat stelden gevechtshandelingen uit te voeren. Eisers stelling dat hij zich slechts had aangesloten bij de ideologie van M23 en slechts sympathisant was, heeft verweerder dan ook in redelijkheid niet als ongeloofwaardig van de hand kunnen wijzen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers vermoedens over wat hem bij terugkeer op grond van de door hem gestelde (geloofwaardig geachte) feiten en omstandigheden, namelijk dat eiser gelieerd was aan de DEMIAP en later M23, te wachten staat, niet plausibel zijn. Verweerder heeft kunnen concluderen dat hetgeen eiser heeft aangevoerd, bezien tegen de achtergrond van de huidige politieke en maatschappelijke situatie in de DRC, niet plausibel is zodat er geen sprake is van een reëel en voorzienbaar risico dat eiser bij terugkeer naar de DRC zal worden onderworpen aan een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
