Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:16455

Rechtbank Den Haag · 18-12-2014 · zaaknummer AWB 14-27717 VK

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 15-01-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uitleveringswet en vreemdelingenwet 2000. Bevoegdheidsverdeling. Effective remedy. Artikel 3 en 13 EVRM Verzoek heeft de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen die er toe strekt dat verzoeker niet zal worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten totdat op zijn beroep in de asielprocedure is beslist. Verzoeker heeft aangevoerd dat zijn uitlevering aan de Verenigde Staten zal leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM omdat verzoeker in een Amerikaanse gevangenis vreest voor wraak van de Aryan Brotherhood. Verzoeker stelt dat hij dit aspect in de uitleveringsprocedure niet heeft kunnen aanvoeren waardoor deze grond in het kader van verzoekers asielprocedure door een rechterlijke instantie dient te worden getoetst. Verweerder stelt dat hij geen bevoegdheid heeft ten aanzien van de uitlevering, nu in een geval waarin een procedure over toelating samenloopt met een uitleveringsprocedure de Uitleveringswet als bijzondere regeling boven de Vreemdelingenwet 2000 prevaleert De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in beginsel mogelijk is dat de eisen van artikel 3 en artikel 13 van het EVRM de (bestuurs)rechter verplichten af te wijken van deze genoemde bevoegdheidsverdeling, namelijk als verzoeker geen andere mogelijkheid heeft of heeft gehad om een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM, ten aanzien waarvan hij een ‘arguable claim’ heeft, aan een nationale rechter voor te leggen en daartegen een ‘effective remedy’ te krijgen. Niet valt in te zien waarom verzoeker, door de problematiek rond de Aryan Brotherhood niet in kort geding voor te leggen, de voorzieningenrechter in kort geding niet in de gelegenheid heeft gesteld zich hierover uit te spreken. Verzoeker heeft een andere mogelijkheid gehad om een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM, ten aanzien waarvan hij een ‘arguable claim’ heeft, aan een nationale rechter voor te leggen en daartegen een ‘effective remedy’ te krijgen. Verzoek niet-ontvankelijk.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.