ECLI:NL:RBDHA:2014:16442
Rechtbank Den Haag · 16-12-2014 · zaaknummer AWB 13/26262 IRV
Inhoudsindicatie
Hangende beroep afgegeven rechterlijke machtiging op grond van de Wet Bopz is concreet aanknopingspunt voor twijfel aan BMA-advies De rechtbank is van oordeel dat eisers recente opname in het kader van de Wet Bopz een concreet aanknopingspunt vormt om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies. Zo baseert het BMA zich op de inmiddels achterhaalde omstandigheid dat er geen sprake is van acute suïcidaliteit en/of een gedwongen opname in het kader van de Wet Bopz, waarbij eiser een gevaar vormt voor zichzelf, anderen of de omgeving voortkomend uit een psychiatrische aandoening en dat geen sprake is geweest van gedwongen opname. Dit betekent dat verweerder zich niet langer op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers medische omstandigheden geen reden zijn om van het inreisverbod af te zien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
