ECLI:NL:RBDHA:2014:16427
Rechtbank Den Haag · 12-12-2014 · zaaknummer AWB 14/18634
Inhoudsindicatie
Richtlijn 2004/38. Verblijfsrecht van derdelander die familielid is van burger van de Unie, in lidstaat van nationaliteit van die burger. Terugkeer van burger van de Unie naar eigen lidstaat. Vervolg op het arrest van 12 maart 2014, C 456/12 inzake O en B. Voor zover al moet worden aangenomen dat eiser ten tijde van het verblijf van referente in België een van haar afgeleid verblijfsrecht had uit hoofde van artikel 7, tweede lid, dan wel artikel 16, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG, moet worden geoordeeld dat eiser dit verblijfsrecht ten tijde van het indienen van onderhavige aanvraag (26 oktober 2012), althans ten tijde van zijn terugkeer naar Nederland (juli 2012) niet meer had, omdat referente België reeds in juli 2010 definitief had verlaten. Om die reden kan eiser zich evenmin beroepen op artikel 21, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie om in Nederland een afgeleid verblijfsrecht te verkrijgen (vergelijk punt 63 van het hiervoor aangehaalde arrest).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
