ECLI:NL:RBDHA:2014:15822
Rechtbank Den Haag · 25-11-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 4129
Inhoudsindicatie
Per brief van 2 april 2014 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld aangaande het doen van uitspraak op het bezwaar tegen de aanmaning tot het betalen van opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2011 en de daarbij in rekening gebrachte aanmaningskosten. Op 8 mei 2014 heeft verweerder uitspraak op bezwaar gedaan. Bij beschikking van 28 augustus 2014 heeft verweerder een dwangsom inzake het niet tijdig doen van de uitspraak op bezwaar vastgesteld op € 520 en, per afzonderlijke brief, eiseres meegedeeld dat hij haar een bezwaarkostenvergoeding toekent van € 60,75. In geschil zijn de hoogte van de dwangsom en de bezwaarkostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat verweerder de dwangsom terecht heeft vastgesteld op € 520. Voor een hogere dwangsom is in de tekst van paragraaf 4.1.3.2 van de Awb geen steun te vinden. Met betrekking tot de bezwaarkostenvergoeding oordeelt de rechtbank dat verweerder deze terecht heeft vastgesteld op € 60,75. De door eiseres aangevoerde omstandigheden geven geen grond voor een ander oordeel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
