Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:15771

Rechtbank Den Haag · 02-12-2014 · zaaknummer AWB 14-17164

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-12-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Eiser is in de gelegenheid gesteld te verklaren over de wijze waarop hij voornemens is zijn geaardheid in Marokko te gaan uiten. Verder heeft verweerder onderzoek gedaan naar de strafbaarstelling van homoseksualiteit in Marokko. Verweerder heeft, onder verwijzing naar de aangehaalde landeninformatie afgezet tegen de persoonlijke situatie van eiser, kunnen concluderen dat niet aannemelijk is dat eiser gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser heeft geen informatie overgelegd die aanleiding had moeten geven voor een ander standpunt over de wijze waarop de strafbaarstelling van homoseksuele handelingen in Marokko in praktijk wordt toegepast. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat als hij zich bij terugkeer naar Marokko zal uiten op de wijze waarop hij voornemens is dit te doen, dit leidt tot vervolging dan wel problemen van maatschappelijke uitsluiting of daden van geweld die zo ernstig zijn dat dit gegronde vrees voor vervolging oplevert. De stukken die eiser over de algemene situatie van homoseksuelen in Marokko heeft overgelegd, bieden onvoldoende aanleiding voor de conclusie dat het voor hem onmogelijk is om zijn homoseksuele gerichtheid te uiten en relaties aan te gaan op de manier die eiser voor ogen heeft. Het enkele feit dat eiser zich moet begeven naar een land waar de normen en waarden rond homoseksualiteit anders zijn dan in Nederland maakt niet dat reeds daarom sprake is van vrees voor vervolging. Niet elke aantasting van het recht op het uiten van de seksuele gerichtheid is een daad van vervolging. Dat eiser niet op dezelfde vrije wijze als in Nederland invulling kan geven aan zijn seksuele gerichtheid geeft daarom op zichzelf onvoldoende aanleiding om hem in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel. Eiser kan evenmin worden gevolgd in zijn stelling dat het recht op eerbiediging van zijn privéleven zoals neergelegd in artikel 8 van het EVRM wordt geschonden als hij naar Marokko moet terugkeren. Beroep ongegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.