ECLI:NL:RBDHA:2014:1571
Rechtbank Den Haag · 03-01-2014 · zaaknummer AWB 13/32100, 13/32014
Inhoudsindicatie
Terugkeerbesluit en een inreisverbod (Openbare orde, pre judiciele vragen) Verweerder baseert terugkeerbesluit op gevaar voor de openbare orde, ivm een veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf op basis van A3/3 van de Vc op grond waarvan iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf geldt als gevaar voor de openbare orde. Eiseres: ten onrechte geen termijn voor vrijwillig vertrek geboden. Volgens artikel 7, vierde lid van de Terugkeerrichtlijn kunnen lidstaten, indien er een risico op onderduiken bestaat, of een aanvraag voor een verblijfsvergunning als kennelijk ongegrond dan wel frauduleus afgewezen is, dan wel indien de betrokkene een gevaar vormt voor de openbare orde, openbare veiligheid of de nationale veiligheid, afzien van het toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek, of een termijn toekennen die korter is dan zeven dagen. De Afdeling heeft in de uitspraak van 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1695, aanleiding gezien tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van het openbare orde criterium en over de vraag of een verdenking of veroordeling van een strafbaar feit voldoende is om van een termijn voor vrijwillig vertrek af te zien. Er had, gelet op voormelde uitspraak van de Afdeling en zolang de vragen niet zijn beantwoord, geen vertrektermijn van 0 dagen aan eiseres opgelegd mogen worden op de enkele grond dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde, openbare veiligheid of de nationale veiligheid. Verweerder stelt dat eiseres niet onder de reikwijdte van de door de Afdeling gestelde prejudiciële vragen valt, omdat het i.c. een onherroepelijke veroordeling betreft. De Rb: “de beroepsgronden van eiseres slagen. Daartoe wordt het volgende overwogen. Aan het niet bieden van een vertrektermijn is blijkens het terugkeerbesluit uitsluitend ten grondslag gelegd dat eiseres ingevolge artikel 62, tweede lid onder c, van de Vw een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. Gelet op voormelde vragen is het op dit moment niet duidelijk in welke situatie(s) aan een terugkeerbesluit ten grondslag kan worden gelegd dat een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. Het standpunt van verweerder dat de prejudiciële vragen niet zien op een situatie waarin sprake is van een onherroepelijke veroordeling, zoals in het geval van eiseres, volgt de rechtbank niet. Onder voormelde omstandigheden heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd dat aan het terugkeerbesluit artikel 62, tweede lid, onder c, van de Vw ten grondslag kan worden gelegd. Het terugkeerbesluit van 2 december 2013 wordt vernietigd op grond van het bepaalde in artikel 3:46 van de Awb”
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
