ECLI:NL:RBDHA:2014:15425
Rechtbank Den Haag · 02-12-2014 · zaaknummer 13 _ 6111 IBPVV
Inhoudsindicatie
Het door eiser met de verkoop van het perceel, dat op een eerder moment door de ouders van eiser aan hem en zijn twee broers is overgedragen, behaalde voordeel heeft in zijn aangifte IBPVV 2006 geleid tot een toename van de bezittingen van circa € 1.7 miljoen als onderdeel van de rendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Bij het vaststellen van de definitieve aanslag is de ingediende aangifte gevolgd. Naar aanleiding van een hertaxatie van het perceel is een navorderingsaanslag opgelegd waarbij circa € 1.4 miljoen als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking is genomen. Na normale zorgvuldige kennisneming van de aangifte van eiser had verweerder vanwege de grote vermogenssprong in redelijkheid moeten twijfelen aan de juistheid van de aangifte en nadere informatie daarover moeten opvragen alvorens de aanslag op te leggen. Door dit na te laten heeft verweerder een ambtelijk verzuim begaan dat aan navordering in de weg staat. De vermogenssprong laat niet de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid open dat de aangifte toch juist is. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit het in 2004 gedane verzoek om een minnelijke taxatie door de vader volgde dat een overdracht van het perceel aan de kinderen tot de reële mogelijkheden behoorde en dat het verzoek is gevolgd door een minnelijke taxatie. Voorts wordt in aanmerking genomen dat niet alleen bij eiser maar ook bij zijn beide broers een relatief grote vermogenssprong van vergelijkbare omvang in hun aangiften zichtbaar was, waarbij geldt dat eiser en zijn broers ressorteerden onder dezelfde eenheid van de belastingdienst. Dat de vermogenssprong zag op het met de verkoop van het perceel behaalde resultaat is een feit dat verweerder reeds bij het opleggen van de (primitieve) aanslag redelijkerwijs bekend had kunnen zijn en kan daarom geen grond voor navordering opleveren. De navorderingsaanslag is derhalve ten onrechte opgelegd. Dat een dergelijke grote vermogenssprong geen reden voor het geautomatiseerde systeem van de belastingdienst is om de aangifte uit te werpen, doet aan bovenstaand oordeel niet af. Verweerder heeft met zijn keuze voor het geautomatiseerd afdoen van de aangifte IB/PVV 2006 (bewust) het risico aanvaard dat de aangifte aangelegenheden bevatte die een nader onderzoek vereisten, doch waarvan verweerder door de gevolgde werkwijze geen kennis heeft kunnen nemen. Het risico van die keuze moet voor rekening van verweerder blijven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
