ECLI:NL:RBDHA:2014:15389
Rechtbank Den Haag · 15-12-2014 · zaaknummer AWB 14/4179
Inhoudsindicatie
herhaalde asielaanvraag / Sri Lanka / Bahaddar / iMMO-rapportage Beroep tegen het besluit tot afwijzing van de herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden of een relevante wijziging van het recht die een rechterlijke toetsing van het bestreden besluit rechtvaardigen. De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of zich op de individuele zaak van eiseres betrekking hebbende bijzondere feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest van het EHRM in de zaak Bahaddar tegen Nederland, en in dat kader de vraag of verweerder zich, in het licht van de conclusies van het iMMO-rapport in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eiseres gestelde mishandelingen en verkrachtingen ongeloofwaardig zijn. Uit de door verweerder aangehaalde paragrafen 105, 278 en 290 van het Istanbul Protocol volgt dat rekening moet worden gehouden met andere oorzaken van het letsel dan die de vreemdeling heeft gesteld. Nu blijkens de conclusies van het iMMO uitdrukkelijk de mogelijkheid is opengelaten voor andere oorzaken voor het letsel dan de gestelde mishandelingen, is er geen grond voor het oordeel dat het iMMO-rapport niet volgens de richtlijnen van het Istanbul Protocol is opgesteld. Blijkens het iMMO-rapport worden het letsel en de littekens aan de rechtervoet van eiseres typerend geacht voor de verklaring van betrokkene over de mishandeling door een legerlaars. Voorts worden de huidige psychische klachten van eiseres typerend geacht voor het door eiseres gestelde ondergane geweld als onderdeel van het asielrelaas. Gelet op de arresten van het EHRM van 9 maart 2010 (R.C. tegen Zweden) en van 19 september 2013 (R.J. tegen Frankrijk), had het, in het licht van de in het iMMO-rapport getrokken conclusies, op de weg van verweerder gelegen om daar nader onderzoek naar te verrichten. Met zijn standpunt dat het iMMO-rapport niet uitsluit dat een andere oorzaak aan de littekens en de fysieke en psychische klachten ten grondslag kan liggen, heeft verweerder dit miskend. Door te benadrukken dat eiseres, zoals zij heeft erkend, bij gelegenheid van haar eerste asielaanvraag niet de waarheid heeft gesproken, dat verweerder de verklaringen van eiseres over haar gestelde detentie en verkrachting ongeloofwaardig heeft geacht en dat hij niet geloofwaardig heeft geacht dat eiseres, nadat zij na voornoemde gebeurtenissen haar land van herkomst had verlaten, eind november 2009 is teruggekeerd en opnieuw door de autoriteiten is mishandeld en verkracht, heeft verweerder de sterke aanwijzing voor de oorzaak van de klachten niet weggenomen. Dit geldt te meer nu in het iMMO-rapport is opgenomen dat de psychische klachten van eiseres, ook ten tijde van de asielgehoren, zeker interfereren met het vermogen om compleet, coherent en consistent te kunnen verklaren over alle details van het asielrelaas.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
