ECLI:NL:RBDHA:2014:15196
Rechtbank Den Haag · 14-10-2014 · zaaknummer AWB 14/19583 & 14/19584
Inhoudsindicatie
Het beroep, voor zover dat is gericht tegen de toegangsweigering is ongegrond. Het beroep, voor zover dat is gericht tegen de verdere toegangsweigering, dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Immers uit het besluit zelf noch uit enig ander stuk blijkt of, en zo ja, wanneer het aan eiser is uitgereikt, zodat niet kan worden vastgesteld of, en zo ja, wanneer dit besluit in werking is getreden. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is gegrond, nu de maatregel ex artikel 6, eerste en tweede lid, Vw in werking is getreden op 6 augustus 2014, terwijl de toegangsweigering pas op 7 augustus 2014 in werking is getreden. Aan de maatregel van bewaring van 6 augustus 2014 lag derhalve op de ingangsdatum ervan geen toegangsweigering ten grondslag. Gelet daarop is de maatregel vanaf 6 augustus 2014 tot en met 23 augustus 2014, zijnde de datum van opheffing ervan, onrechtmatig geweest. De onrechtmatigheid komt niet aan de maatregel te ontvallen doordat op 7 augustus 2014 alsnog een grondslag voor de vrijheidsontnemende maatregel beschikbaar kwam.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
