ECLI:NL:RBDHA:2014:15188
Rechtbank Den Haag · 26-09-2014 · zaaknummer AWB 14/11916, 14/11915 & 14/11917
Inhoudsindicatie
Regulier, intrekking verblijfsvergunning en aanvraag verlenging afgewezen in verband met wijziging identiteit Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres op het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Eiseres is immers bij brief van 13 februari 2008 uitdrukkelijk medegedeeld dat indien blijkt dat de opgegeven identiteitsgegevens niet juist zijn, dit gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel moet sprake zijn van een ongeclausuleerde, uitdrukkelijk en ondubbelzinnige toezegging door verweerder. De omstandigheid dat verweerder na de brief van 12 februari 2008 aan eiseres een nieuw verblijfsdocument heeft verstrekt, met daarop haar gewijzigde identiteitsgegevens, leidt niet tot een geslaagd beroep op het rechtszekerheids-, dan wel het vertrouwensbeginsel, omdat bij de behandeling van een aanvraag om vervanging van een verblijfsdocument geen inhoudelijke beoordeling van het verblijfsrecht plaats heeft gevonden. Er wordt immers geen nieuwe verblijfsvergunning verleend, maar slechts een nieuw verblijfsdocument afgegeven, welk document dezelfde geldigheidsduur heeft als de destijds verleende verblijfsvergunning. Verweerder heeft daarom op het moment van de aanvraag van 19 november 2010 tot het vervangen van het verblijfsdocument niet beoordeeld of de wijziging van de persoonsgegevens gevolgen zouden kunnen hebben voor het verblijfsrecht. De afgifte van een nieuw verblijfsdocument kan daarom niet gezien worden als een ongeclausuleerde, uitdrukkelijke en ondubbelzinnige toezegging van verweerder dat de wijziging van de identiteitsgegevens van eiseres geen gevolgen zou hebben voor haar verblijfsrecht. Voorts kan de rechtbank verweerder volgen in de stelling dat het verstrekken van het nieuwe verblijfsdocument met de gewijzigde persoonsgegevens, gezien de inhoud van de brief van 13 februari 2008, evident op een ambtelijke misslag berust.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
