Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:14656

Rechtbank Den Haag · 01-12-2014 · zaaknummer AWB 14/9356 en AWB 14/5343

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 02-12-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

artikel 64 Vw 2000, feitelijke uitzetting, China, met onbekende bestemming vertrokken, zonder contact te onderhouden met gemachtigde, geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, artikel 3 van het EVRM, Salah Sheekh tegen Nederland van 11 januari 2007 (ECLI:NL:XX:2007:AZ5971) Samenvatting: Gezien Naar het oordeel van de rechtbank is – gezien de aard van de onderhavige procedures, waarmee eiseres opkomt tegen de voorgenomen feitelijke uitzetting en het achterwege blijven van uitzetting gelet op haar gezondheidstoestand – de enkele mededeling van haar gemachtigde dat er contact is, onvoldoende om aan te nemen dat zij nog een rechtens te beschermen belang heeft bij haar beroep gericht op het voorkomen van haar uitzetting. Ook van de zijde van eiseres wordt erkend dat geen belang meer bestaat bij de beroepen die zijn gericht op het voorkomen van uitzetting. Het rechtsgevolg van de niet-ontvankelijkheid van de beroepen van eiseres is dat de besluiten waartegen haar beroepen zich richten in rechte onaantastbaar worden. De onzekere toekomstige mogelijkheid dat eiseres nog eens in Nederland zou worden aangetroffen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de onherroepelijkheid van deze besluiten als gevolg van een niet-ontvankelijkverklaring een reëel en daadwerkelijk belang oplevert dat aan niet-ontvankelijkheid in de weg staat. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraken van 27 september 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BN9222) en van 16 december 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:2634) volgt dat een rechtens te beschermen belang niet kan worden ontleend aan een onzekere, toekomstige gebeurtenis. Mocht eiseres in de toekomst in Nederland verblijven en wederom met feitelijke uitzetting worden bedreigd, dan kan zij hiertegen alsnog rechtsmiddelen aanwenden en daarbij een beroep doen op artikel 3 van het EVRM. Ook in dat geval moet er een full, comprehensive and ex nunc beoordeling van artikel 3 van het EVRM plaatsvinden, zoals de vaste rechtspraak van het EHRM, onder andere in de zaak Salah Sheekh tegen Nederland van 11 januari 2007 (ECLI:NL:XX:2007:AZ5971), voorschrijft. Dit laat onverlet dat deze beoordeling in het onzekere toekomstige geval aan de alsdan bevoegde rechter is. Bij deze stand van zaken neemt de rechtbank aan dat eiseres door haar feitelijke vertrek uit Nederland er blijk van heeft gegeven dat zij geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van de beroepen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft zij daarmee geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden besluiten. De beroepen van eiseres zullen derhalve vanwege het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan de beoordeling van de vraag of de bestreden besluiten in rechte stand kunnen houden komt de rechtbank derhalve niet toe.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.