ECLI:NL:RBDHA:2014:14480
Rechtbank Den Haag · 30-09-2014 · zaaknummer AWB 14/15518
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening in artikel 64 Vw procedure ingetrokken, verzoek proceskostenvergoeding en griffierecht, uitstel van vertrek verleend in andere procedure, proceskosten toegewezen krachtens art. 8:75 Awb, geen aanleiding griffierecht terug te betalen krachtens art. 8:82, vierde lid, Awb De voorzieningenrechter is van oordeel dat, nu verzoekster een aanvraag heeft ingediend om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en verweerder haar op 21 augustus 2014 uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 Vw tot zes weken na de bevallingsdatum van 13 september 2014, in dit geval sprake is van tegemoetkomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening. Het gevraagde verbod op uitzetting tot vier weken nadat verweerder op het bezwaar heeft beslist is daarmee immers gegeven. Verweerders standpunt dat dit besluit genomen is in de procedure die strekt tot verkrijging van een verblijfsvergunning regulier, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft verzoekster immers uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 Vw en daartoe strekt(e) de voorliggende procedure. Er is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:82, vierde lid, van de Awb, waaronder de griffier het betaalde griffierecht terugbetaalt, te weten dat het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft meegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten. Van die situatie is geen sprake, nu verweerder het standpunt heeft ingenomen dat het op 21 augustus 2014 verleende uitstel van vertrek los staat van de voorliggende procedure en voor deze procedure geen consequenties heeft, zoals ook blijkt uit de omstandigheid dat verweerder in het inmiddels genomen besluit op bezwaar het bezwaar ongegrond heeft verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
