Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:14479

Rechtbank Den Haag · 14-11-2014 · zaaknummer AWB 14-7218

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 27-11-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

IOM-vertrekverklaring, geen intrekking, geen belang meer Bij faxbericht van 21 oktober 2014 heeft de gemachtigde van verweerder een brief van de IOM van 16 september 2014 en een ondertekende vertrekverklaring overgelegd. In de brief van de IOM staat dat eiser op 12 september 2014 via het REAN AVR (2014) terugkeerprogramma van IOM is vertrokken naar Georgië en dat hij bij dit vertrek op Schiphol een vertrekverklaring heeft ondertekend. In de vertrekverklaring staat onder meer dat eiser Nederland vrijwillig verlaat en dat hij er mee instemt dat nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden ingetrokken. De rechtbank stelt voorop geen schrijven van eiser te hebben ontvangen houdende de intrekking van het onderhavige beroep. Een bij het IOM door een vreemdeling ondertekende vertrekverklaring, waarin verklaard is ermee in te stemmen dat (eventuele) nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden ingetrokken, kan niet worden aangemerkt als een aan de rechtbank gerichte intrekking van een lopend beroep. In zoverre volgt de rechtbank het standpunt van de gemachtigde van eiser dat geen sprake is van intrekking van het voorliggende beroep. De rechtbank ziet zich voorts, gelet op het vorenstaande, gesteld voor de vraag of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Nu eiser de behandeling van zijn beroep in Nederland mocht afwachten, hij desalniettemin Nederland heeft verlaten en is teruggekeerd naar Georgië en daarbij heeft aangegeven dat hij ermee instemt dat eventuele nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden ingetrokken en ook door zijn gemachtigde geen procesbelang is geduid, neemt de rechtbank aan dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Beroep niet-ontvankelijk.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.