ECLI:NL:RBDHA:2014:14173
Rechtbank Den Haag · 11-11-2014 · zaaknummer AWB 14/16933
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke lus. Toepassing van de glijdende schaal bij een buitenlandse veroordeling. In het Duitse vonnis is vastgesteld dat eiser 44 eenheden cocaïnehoudende stof in zijn lichaam had en dat eiser “sicher mehr oder weniger nur em schwaches Glied in der Kette der Drogenhändler” was. Eiser heeft terecht betoogd dat het IRC deze vaststellingen niet kenbaar bij de beoordeling heeft betrokken en evenmin uiteen heeft gezet waarom deze vaststellingen niet relevant zouden zijn voor de te eisen strafmaat. Daarbij merkt de rechtbank op dat de vaststelling door het IRC dat eiser “enkele bolletjes cocaïne bij zich had” niet de lading dekt van deze feitenvaststelling door de Duitse rechter. Door het IRC is niet ingegaan op de stelling van eiser dat, in het geval in- of uitvoer door de Duitse rechter wel bewezen zou zijn geacht, eiser op grond van de LOVS-richtlijnen tot een straf van 3-6 maanden zou zijn veroordeeld wegens overtreding van artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet en dat de Nederlandse officier van justitie ook in die lijn zou hebben geëist. De rechtbank leidt uit voornoemde uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2012 af dat het OM in de praktijk voor de hoogte van de strafvordering inderdaad rekening pleegt te houden met de LOVS-richtlijnen. Als aangenomen moet worden dat voor overtreding van artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet een straf van 3-6 maanden zou worden geëist, is echter niet inzichtelijk waarom de officier van justitie, bij gebreke aan bewijs voor dit strafverzwarende element van de in- of uitvoer, ineens een veel hogere straf zou eisen. Zeker nu eiser zijn twijfel aan het IRC heeft voorgelegd en daarop geen afdoende antwoord heeft gekregen, had het op de weg van verweerder gelegen zich hier nader van te vergewissen. Derhalve is het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig tot stand gekomen en bevat het een motiveringsgebrek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
