ECLI:NL:RBDHA:2014:13727
Rechtbank Den Haag · 12-11-2014 · zaaknummer AMS 13/30849 en AMS 13/31008
Inhoudsindicatie
Verzoek om internationale bescherming Eiser, die is veroordeeld door het Speciale Hof voor Sierra Leone (het Hof), heeft bij zijn overdracht aan de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk op Rotterdam Airport, aangegeven dat hij een asielaanvraag wil indienen. De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek kan worden aangemerkt als een verzoek om bescherming zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder g, van de Definitierichtlijn. De vraag die vervolgens voorligt, is of het aan verweerder was om het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling te nemen of dat dit gezien de regelgeving aan het Hof was. Nu het Hof is opgericht door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en het een internationale organisatie betreft die is gebaseerd op de bescherming van fundamentele mensenrechten, kan de Nederlandse overheid er in beginsel vanuit gaan dat het Hof een aan het EVRM equivalente mensenrechtenbescherming biedt. De presumptie van equivalente mensenrechtenbescherming kan echter worden weerlegd. Nederland was dan ook, zelfs indien zou worden aangenomen dat Nederland op grond van de regelgeving met betrekking tot het Hof alle rechtsmacht met betrekking tot eiser aan het Hof zou hebben overgedragen, dus inclusief de beoordeling van het 3 EVRM-risico bij overdracht van eiser aan enig ander land, nog immer gehouden eisers verzoek om internationale bescherming te onderzoeken. Nederland, in dit geval verweerder, had eiser dan ook in de gelegenheid moeten stellen zijn verzoek nader te motiveren en te onderbouwen en daarover een beslissing dienen te nemen, voordat medewerking werd verleend aan de overdracht van eiser aan de autoriteiten van het VK. In het kader van de finaliteit inhoudelijk toetsend, is de rechtbank van oordeel dat eiser met zijn betoog niet aannemelijk heeft gemaakt dat het Hof duidelijk tekort is geschoten in de bescherming van eisers mensenrechten en dus ook niet dat artikel 3 aan zijn overdracht aan het VK in de weg stond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
