Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:13668

Rechtbank Den Haag · 25-09-2014 · zaaknummer AWB 14/10690 & 14/10691

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 11-11-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Terugkeerbesluit ten overvloede genomen. Inreisverbod van 10 jaar terecht opgelegd gelet op de ernst van het gepleegde delict. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft overwogen in haar uitspraak van 21 december 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY8238), stemt een ongewenstverklaring naar doel en strekking grotendeels met een inreisverbod overeen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 19 februari 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ2060), geldt het voorgaande evenzeer in een geval als het onderhavige, waarin het primaire besluit tot ongewenstverklaring van eiser is genomen in de periode tussen de inwerkingtreding van de Terugkeerrichtlijn (op 13 januari 2009) en het verstrijken van de implementatietermijn, maar het besluit op bezwaar in de periode tussen het verstrijken van de implementatietermijn en de inwerkingtreding van de implementatiewet. Verweerder heeft in zijn besluit van 15 april 2010 tot ongewenstverklaring van eiser vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland kan hebben en hem opgedragen om Nederland onmiddellijk te verlaten. Voornoemd besluit geldt daarom als terugkeerbesluit, ook al is dit besluit genomen vóór het verstrijken van de implementatietermijn van de Terugkeerrichtlijn (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 8 maart 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BV9261)), dat verweerder bij zijn beslissing op bezwaar van 8 augustus 2011 heeft gehandhaafd. Er is geen grond voor het oordeel dat voornoemd terugkeerbesluit met het besluit van 27 maart 2014 tot opheffing van de ongewenstverklaring, is komen te vervallen. Eiser heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat het terugkeerbesluit dat verweerder in het bestreden besluit tegen hem heeft uitgevaardigd, ten overvloede is genomen. Het voorgaande leidt echter niet tot het oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 11, eerste lid, Terugkeerrichtlijn. Het besluit van 15 april 2010, dat geldt als een terugkeerbesluit waarbij aan eiser een onmiddellijke vertrekplicht is opgelegd, is immers gepaard gegaan met een besluit tot ongewenstverklaring, dat, gelet op de hiervoor aangehaalde jurisprudentie van de Afdeling, als een inreisverbod geldt als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Terugkeerrichtlijn. Het bestreden besluit, voor zover daarbij tegen eiser een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, dient slechts ter vervanging van de ongewenstverklaring van eiser. Het feit dat de veroordeling van eiser vijf jaar geleden heeft plaats gevonden staat niet in artikel 6.5 Vb of de paragrafen A4/2.2 en A4/2.3 Vreemdelingencirculaire 2000 genoemd als omstandigheid op grond waarvan kan worden afgezien van het opleggen van een inreisverbod of de duur daarvan te verkorten. Dit tijdverloop is wel een relevante omstandigheid als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, waarmee bij het bepalen van de duur van het inreisverbod rekening dient te worden gehouden. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder heeft beoordeeld of de omstandigheid dat de veroordeling van eiser dateert van vijf jaar geleden aanleiding is af te zien van het uitvaardigen van het inreisverbod of de duur ervan te verkorten en heeft geconcludeerd dat dit in het geval van eiser niet zo is, gelet op de ernst van het gepleegde delict waarvoor hij een gevangenisstraf van 26 maanden heeft gekregen. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat verweerder niet conform de Terugkeerrichtlijn dan wel de Nederlandse regelgeving de duur van het inreisverbod heeft bepaald voor een periode van tien jaar.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.