ECLI:NL:RBDHA:2014:13476
Rechtbank Den Haag · 28-10-2014 · zaaknummer AWB 14/23078 & 14/23084
Inhoudsindicatie
Dublin III; Bulgarije Verzoekers hebben aangevoerd dat het niet inzichtelijk is waarom verweerder niet langer vasthoudt aan het beleid dat verweerder tot 15 mei 2014 heeft gevoerd met betrekking tot overdracht van vreemdelingen aan Bulgarije. Verzoeker wijzen naar verschillende rapportages. Verweerder heeft gewezen op de brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 15 mei 2014 (2013-2014, 32 317, nr. 234), waarin is verwezen naar het rapport van UNHCR van 15 april 2014. Verweerder heeft niet zonder nadere toelichting (enkel) kunnen verwijzen naar het rapport van UNHCR ter onderbouwing van zijn standpunt dat sprake is van (structurele) verbeteringen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Bulgarije, nu niet blijkt dat verweerder de situatie heeft betrokken na 1 april 2014, zoals die blijkt uit de door verzoekers aangehaalde informatie. Uit deze informatie blijkt dat na 1 april 2014 opnieuw zorgen bestaan over de opvangvoorzieningen in Bulgarije, mede ten gevolge van een hernieuwde sterke instroom van asielzoekers in dat land en dat verschillende ngo’s opnieuw hebben opgeroepen geen asielzoekers over te dragen aan Bulgarije, hetgeen destijds aanleiding gaf voor verweerder om zijn coulante beleid ten aanzien van overdrachten aan Bulgarije in te voeren. Daarbij is voorts van belang dat uit de verwijzing door verzoekers naar een passage uit het rapport van UNHCR blijkt dat UNHCR op 15 april 2014 er al op heeft gewezen dat de daarop komende maanden een sterke toename van overdrachten aan Bulgarije op grond van de Verordening wordt verwacht, zodat in dat geval ook na april 2014 een verdere verbetering van de voorzieningen noodzakelijk zal zijn. Gelet hierop zal verweerder in beroep nader dienen toe te lichten dat uit de door verzoekers overgelegde documenten, met name voor zover die betrekking hebben op de opvangvoorzieningen in Bulgarije na 1 april 2014, niet blijkt dat ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Vovo toegewezen.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
