ECLI:NL:RBDHA:2014:13049
Rechtbank Den Haag · 30-09-2014 · zaaknummer AWB 14/20625 & 14/20623
Inhoudsindicatie
: AA/ Ivoorkust/ opvolgende asielaanvraag/ ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid niet deugdelijk gemotiveerd, beroep gegrond Verzoeker voert eerst bij zijn vierde procedure aan dat hij niet terug kan naar zijn land van herkomst omdat hij vreest te worden vervolgd vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan verweerder worden gevolgd in zijn standpunt dat er aanleiding is om op voorhand te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de verklaring van verzoeker dat hij homoseksueel is en om die reden heeft te vrezen voor vervolging in zijn land van herkomst, omdat hij hier reeds lange tijd verblijft en pas bij zijn huidige aanvraag - onder de dreiging van zijn uitzetting - hiermee komt. Dit neemt echter niet weg dat op verweerder de plicht rust de verklaringen van verzoeker over zijn homoseksuele gerichtheid zorgvuldig te beoordelen en het standpunt dat die verklaringen niet worden geloofd, deugdelijk te motiveren. Bij die beoordeling mag verweerder zich niet louter laten leiden door informatie over homoseksualiteit en het proces van coming-out in het algemeen, maar de motivering en de argumentatie moeten zijn toegespitst op hetgeen de vreemdeling concreet heeft verklaard. Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 juli 2014 in de zaken met nrs. C-148/13, C-149/13 en c-150/13 is opgemerkt, is de seksuele gerichtheid een complexe kwestie. Verweerder kan zich dan ook niet zonder nadere motivering, die bovendien niet is toegespitst op verklaringen van de vreemdeling maar op stereotiepe begrippen, op het standpunt stellen dat verzoekers gestelde homoseksualiteit wegens ongerijmde, bevreemdingwekkende, vage en inconsistente verklaringen ongeloofwaardig is. Dat verzoeker niet eerder over zijn homoseksuele geaardheid kon praten en naar heterocafés ging waar ook homo’s kwamen, moet worden beoordeeld in het licht van zijn verklaring dat hij nog niet uit de kast is en bang was om te worden ontmaskerd en verstoten door zijn broer. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat op dit moment nog niet duidelijk is op welke wijze de seksuele gerichtheid in het algemeen dient te worden beoordeeld. De beantwoording van de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie dient dan ook door verweerder te worden afgewacht, voordat in de onderhavige zaak op een zorgvuldige wijze een beslissing kan worden genomen.
Rechters
Advocaten
- P.J.P. Dietz de Loos
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
